De Franstaligen wisten het van in den beginne… Met Yves Leterme zouden zij nooit een deal sluiten…. De koppige West-Vlaming hield vast aan zijn principes en aan de belofte, die hij plechtig gedaan had aan de Vlaamse kiezers, nl. een staatshervorming realiseren. De Brusselaars en Walen, die van geen staatshervorming willen weten, hadden zulke standvastigheid nog nooit meegemaakt: een Vlaming die niet toegeeft. Daar kun je toch geen zaken mee doen.
Vanaf het begin wisten de Franstaligen dat zij aan het langste eind zouden trekken en wel om twee redenen. Ten eerste: de franstalige media stonden als één man pal achter hun politici. Daar deze media blijkbaar de economische en democratische logica van een verregaande regionalisering niet wilden begrijpen, hebben zij dan maar met allerlei drogredenen, leugens en fictie Brusselaars en Walen opgejut tegen de Vlamingen, met het gevolg, dat de franstalige politici zich ijzersterk gesteund voelden door hun (opgezweept) kiezerspubliek. De tweede even belangrijke reden was dat de Franstaligen zich gesteund wisten door niet minder dan drie belangrijke instanties: de Monarchie, de vakbonden en het Belgisch establishment. Die instanties zijn alle drie gekant tegen een echte staatshervorming, ieder weliswaar om verschillende redenen. Ja, ook de vakbonden willen niet weten van een verregaande regionalisering van bevoegdheden, omdat zij vrezen dat dit zou kunnen leiden tot een splitsing van de sociale zekerheid. Alhoewel zulke splitsing economisch en democratisch uiterst wenselijk zou zijn, vrezen de bonden hierdoor aan macht en financiële slagkracht in te boeten. En ook hier lijkt het hemd nader dan de rok…. Wat goed is voor de bevolking, is daarom nog niet goed voor de bonden.
De Vlaamse media lieten het afweten
In tegenstelling tot het eendrachtig franstalig front, ontbrak het de Vlaamse media aan strijdvaardigheid. Op enkele uitzonderingen na, hebben zij nooit met overtuiging de Vlaamse standpunten verdedigd. Ook hebben zij naar onze overtuiging onvoldoende de economische noodzaak van een ver doorgedreven regionalisering aan de bevolking uitgelegd. Ook onze kwaliteitskranten (waarvan sommige in handen zijn van Franstalige aandeelhouders) waren erg lauw in hun commentaren. Een van die kwaliteitskranten slaagde er zelfs in te verbroederen met het Vlaamshatend dagblad Le Soir. De Vlaamse politici, onvoldoende gesteund door hun eigen media moesten het alleen zien te redden. De redenen van die lauwheid bij onze media zijn moeilijk te achterhalen. Het is echter quasi zeker, dat de vakbonden hierin een grote rol spelen. Maar ook de Monarchie en het Belgisch establishment hebben lange armen. Er zijn gevallen bekend, waarbij een telefoontje aan de hoofdredacteur van een krant volstond om een journalist er onmiddellijk uit te gooien. Het is duidelijk : wij hebben geen onafhankelijke pers meer. Verder is het bizar dat de Vlaamse media bang zijn Vlaamse standpunten te vertolken omdat dit misschien in de kaart zou kunnen spelen van typisch Vlaamse partijen zoals VB, NV-A en LDD. Het lijkt bijna een doodzonde dat men als Vlaamse partij Vlaamse standpunten durft verdedigen, ook al zijn ze niet meer dan een nuchter pragmatisme.
Wat ook de redenen mogen zijn, die lauwheid van de Vlaamse media straalde af op de Vlaamse bevolking, die het nut niet meer inzag verder te strijden. Bijkomende druk werd op Leterme uitgeoefend, zowel door de franstalige als de Vlaamse media om snel een regering te vormen, met het valse argument, dat ons land dringend een regering nodig had (wat niet waar is) en dat we ons met verder talmen onnoemelijk belachelijk maakten in het buitenland. Zelfs Mieke Vogels kwam vreemd genoeg die (franstalige) stelling verdedigen op de Vlaamse televisie. Blijkbaar heeft zij de Engelse en Duitse pers niet gelezen, die niet schreef dat België dringend een regering nodig heeft, maar wel dat ons land zijn niveau van overbodigheid heeft bereikt.
Capitulatie
Een deel van de Vlaamse publieke opinie was uitgeteld, en Leterme voelde deze belangrijke en noodzakelijke steunpilaar wegglijden. Onze moedige Vlaamse politici waren genoodzaakt de strijd te staken, onvoldoende gesteund door de eigen media, tegengewerkt door de vakbonden, het establishment en de Monarchie, en zelfs door bepaalde Vlaamse politici. Tevens in de steek gelaten door een deel van het kiezerspubliek, dat bij gebrek aan inzicht in de strategische achtergrond en in de strategische machtspelletjes, afgleed naar onverschilligheid en zich geen kritische vragen stelde bij de opgeklopte verhaaltjes over de noodzaak voor een dringende regering en over ons imago in het buitenland. Zelfs voor een koppige en moedige West-Vlaming was dit tekort aan steun (van Vlaamstalige zijde dan nog wel) teveel om dragen.. De Franstaligen roken hun kans en zij wisten dat zij hun slag zouden thuis halen, zonder een duimbreed te moeten toegeven. De Vlaamse media hadden er mee voor gezorgd, dat de rijpe appel zomaar in hun schoot viel.
Meesterzet
Met Leterme uitgeteld in de touwen, was het geschikte ogenblik aangebroken voor een meesterzet van de Monarchie, nl. Verhofstadt in de arena sturen. (Een meesterzet, maar dan wel bekeken vanuit franstalige hoek). Na 8 jaar bewind wisten de Franstaligen dat Verhofstadt nooit werk heeft willen maken van een staatshervorming en dat Wallonië op dat gebied haast altijd op haar wenken werd bediend, terwijl de Vlamingen in de kou bleven staan. Dat zou nu ook wel zo zijn. Het was voor Verhofstadt de voorbije 8 jaar veel gemakkelijker het been stijf te houden tegenover de Vlaamse verzuchtingen en toe te geven aan de Franstaligen, dan omgekeerd. Indien hij aan deze laatsten niet toegaf, dan was het gedaan met zijn regering, terwijl hij erop kon rekenen, dat de Vlamingen toch altijd zouden buigen.
Die aanduiding van Verhofstadt was het verlossende moment waarop de Franstaligen, met zoveel geduld hadden gewacht. Nu konden zij in een regering stappen met quasi zekerheid dat een staatshervorming terug op de lange baan werd geschoven. Het was dan ook met gejuich en bazuingeschal dat Verhofstadt door de Franstaligen werd verwelkomd bij zijn aanstelling door de Koning. Het was een triomf van het zelfgenoegzame conservatisme. Of dit voldoende zal zijn om ook de echte uitdagingen, economisch, sociaal en democratisch aan te gaan, valt zeer te betwijfelen. Méér nog, Wallonië zal wellicht economisch het grote slachtoffer worden van de franstalige emotionele verblinding.
Wij staan nu voor twee paradoxen. Een eerste paradox: de verliezers van de verkiezingen zijn de winnaars geworden en het zijn zij die de touwtjes stevig in handen nemen. De winnaars zijn de verliezers en zij worden gewoonweg aan de kant geschoven. De stem van de kiezer telt niet meer mee. Een tweede paradox: de Vlamingen hebben in dit land een overgrote meerderheid maar zij worden door een minderheid opzij gezet. De meerderheid heeft op alle punten verloren.
Economische noodzaak blijft bestaan
Toch blijft het regionaliseren van een reeks economische bevoegdheden een dringende noodzaak. Indien die regionalisering en de gezondmaking van onze verziekte structuren er niet komt, dan wordt in de toekomst de sociale zekerheid (pensioenen) niet meer betaalbaar. Onze economie zal achteruit boeren en Wallonië zal verder wegzinken in het moeras. De franstalige politici ontbreekt het blijkbaar aan economisch inzicht om dit te vatten.
Vendelzwaaien
Er zal nu een comité van 12 wijzen worden gevormd om de begrafenis van de staatshervorming met de nodige plechtigheid te laten verlopen. Aan de namen te oordelen die thans circuleren, kan men al vooraf zeker zijn, dat er van een echte staatshervorming niets in huis zal komen. Joëlle Milquet is er in elk geval zeer gerust in. Na de aanduiding van Verhofstadt verklaarde zij : “Ze moeten niet denken dat we ons nu soepeler gaan opstellen. CDH blijft gaan voor een unionistisch federalisme en een versterking van België….. Ik heb de indruk dat de Vlamingen niet langer verder willen gaan dan wat wij verantwoord vinden. Ze hebben ingezien dat wij dan neen zullen zeggen”. Vrij vertaald : de Franstaligen zullen voortaan verder de wet dicteren.
Wat rest ons Vlamingen nog: misschien nog wat vendelzwaaien op de volgende 11 juli viering? Die dag in 1302 was wellicht de laatste overwinning die wij hebben behaald, maar die is dan wel al 705 jaar geleden. Wat de meeste Vlamingen niet weten is dat het wapenfeit van 1302 niet echt ging over taal maar over de belasting die de Franssprekende heersers eisten. Het ging toen over zo'n 10% (de fameuze tienden). De vergelijking met de Noord-Zuid transfers is treffend. Maar in tegenstelling tot de dappere strijders van toen, zijn we nu makke en weerloze lammetjes geworden.