Stadsbestuur Blind voor Radicale Moslims
De multiculturele samenleving is een onderwerp waarvoor veel belangstelling bestaat binnen welzijnswerk, dienstverlening en politiek, evenals in brede lagen van de bevolking. Die belangstelling valt toe te juichen. Dialoog is de eerste stap binnen iedere maatschappelijke verandering die niet met enkel geweld opgelegd wordt.
Een van de maatschappelijke veranderingen waarmee steden als Antwerpen te maken hebben, is de opkomst van gestructureerd, radicaal islamistisch gedachtegoed. Dat is verontrustend omdat dit vaak volkomen onopgemerkt gebeurt in wijken met een hoog aantal Antwerpenaren van andere origine.
Enkele jaren geleden vestigde een dergelijke organisatie zich in de wijk waar ik als projectmedewerker werkte. Het bestaan van deze nieuwe organisatie viel op doordat plots predikers opdoken in onze buurt die, met de koran onder de arm, jongeren aanspraken op straat. Deze verenigingen werken volgens een vaste structuur. De top die het gedachtegoed verspreidt is hoog opgeleid, hier geboren en vaak ook opgegroeid. Zij zetten de navolging van de zuivere islam centraal, en hierbij krijgt het beleid de rol van boeman. Iedere vorm van kritische bedenking betreffende hun gedachtegoed beschouwen ze as een provocatie van het Westen tegen het geloof, en moet met alle middelen bestreden worden.
Hun visie is duidelijk: de omgeving hoort zich aan te passen aan hun beleving van de islam, en niet andersom. Eveneens moet de achterban overtuigd worden. Jongeren krijgen volgens hen te vaak een “verkeerde” visie over het geloof voorgelegd, met culturele accenten door hun onontwikkelde ouders en imams die geen tot weinig opleiding hebben. Dit gat wordt door de verenigingen die de zuivere islam uitdragen gedicht.
Net als andere jongeren zijn ook islamitische jongeren op zoek naar een identiteit. Die wordt aangereikt door deze verenigingen. Via internet worden jongeren vanuit de visie voor een strikte islam geadviseerd over ieder aspect van het menselijk bestaan, inclusief regels voor correct telefoneren of toiletbezoek. Er worden gesloten zittingen ingericht, waar onderricht wordt gegeven in fikh (studie, formulering van het Islamitisch recht) en waar de sharia (de wetgeving, Arabisch woord voor inzicht, kennis en weten) wordt gepredikt. Ik vernam dit alles omdat het mij anoniem werd gemeld via brieven, via het internet en door persoonlijke getuigenissen. Ook kwamen vanuit de islamitische gemeenschap zelf meldingen binnen over opruiende taal van imams en predikers.
De radikale islamistische verenigingen ontwikkelen geen samenwerkingsverbanden met andere partners in de wijk. Ze halen hun inkomsten voor de huur van lokaal, inrichting van zomerkampen en andere werking uit sponsoring vanuit Saoedi-Arabië en Jordanië. De leiders van de vereniging kregen in die landen eveneens een opleiding. De radikale groepen sluiten zich evenmin aan bij de bestaande koepels of federaties. Niemand heeft zicht of controle op wat deze verenigingen doen, hoe groot hun impact is of tot welke problemen de verspreiding van hun gedachtegoed leidt.
En die problemen zijn er. Omdat je volgens de islamisten enkel maar met moslims hoort om te gaan, worden welzijnswerkers die geen moslims zijn afgewezen. Jongeren willen wel met Mohammed maar niet met Wim op stap. Vrouwelijke medewerkers hebben het helemaal lastig, zij horen niet te werken en thuis te blijven, het uitoefenen van hun taak wordt hierdoor sterk bemoeilijkt. Wie het beleid vertegenwoordigt is de vijand, en wordt door leiding van dit soort verenigingen ook als dusdanig afgeschilderd. Iedere poging tot samenwerking of dialoog strandt op een militante houding en agressieve benadering op voorstellen vanuit beleid tot samenwerking.
Terwijl intern dialoog binnen wijken wordt geblokkeerd, lobbyen woordvoerders van deze stromingen bij het beleid op hoog niveau, en infiltreren zij in de welzijnssector, de dienstverlening en de politiek. Daarvoor laten zij geen gelegenheid voorbij gaan. Veldwerkers die wijzen op hun dubbele agenda’s en op de gestructureerde aanpak worden geïsoleerd. De woordvoerders van deze verenigingen zelf schilderen hen bij hun achterban af als de vijand. Zo monopoliseren zij het debat. Zij bepalen wie je wel of niet kunt bereiken en waarover wel of niet dialoog mogelijk is.
Maar vooral door de stedelijke overheid zelf worden veldwerkers die in praktijk voor dit soort verenigingen komen te staan, volslagen in de steek gelaten. Omdat wie dit soort ontwikkelingen vaststelt en meldt, een probleem aanraakt wat volgens “politiek correct denken” niet bestaat. Toen ik in mijn officiële rapporten begon te wijzen op de gevaarlijke nieuwe trend, leidde dit tot conflicten met mijn oversten en werd ik tenslotte ontslagen.
Het correct politiek denken baseert zich niet op de realiteit in wijken maar op een ideologische opvatting. Daarin bestaat geen radicalisering, is er geen enkel verband tussen levensovertuiging en sociale of economische achterstand en is wie tot een bepaalde doelgroep behoort die eufemistisch “allochtonen” wordt genoemd, altijd een slachtoffer.
Dat klopt helemaal niet met de realiteit, maar daarop wijzen is bijzonder gevaarlijk. Veldwerkers die uit oprechte bezorgdheid voor de doelgroep aandacht vragen voor de drempels tot samenleven die door de ideologie van radicale verenigingen wordt opgeworpen, en hun duidelijk structurele aanpak om dit gedachtegoed via welzijnswerk, dienstensector en politiek uit te breiden, worden dubbel vervolgd. Een eerste maal door de leiding van dit soort verenigingen die geen enkele vorm van kritiek dulden, en een tweede maal door het beleid zelf. Dit soort van problemen bestaat immers niet in de politiek correcte visie, die doelgroepen als passief omschrijft en als slachtoffer van racisme, discriminatie en uitsluiting.
Dat ondertussen dezelfde doelgroep aangezet wordt om zelf te discrimineren en om al wie niet tot de juiste religie behoort uit te sluiten, is een probleem wat niet eens benoemd mag worden omdat dit mogelijk de doelgroep stigmatiseert en in de kaart speelt van “rechts.” Die gijzeling – het weigeren om de problemen te benoemen uit angst voor “rechts” – doet politiek-correct links de ogen sluiten voor wat in wijken gebeurt en maakt veldwerkers die hier aandacht voor vragen tot outcasts en paria’s. Desnoods met verlies van werk, inkomen en reputatie.
Ondertussen vinden leden van deze organisaties hun weg, getuige de recente aanwerving van een lid van een dergelijke radicale organisatie tot ambtenaar binnen de dienst integratie in Antwerpen. De man heeft nu naar eigen zeggen 25 moskeeën onder zich. Voor de dubbele agenda van deze man (evenals voor zijn aspiraties binnen de politiek) werd destijds in verslagen gewaarschuwd. Dit verhinderde niet dat hij omwille zijn aandeel in de Antwerpse stille mars door politici als voormalige schepen Chantal Pauwels in de media werd afgeschilderd als een belofte voor Antwerpen.
Daartegen had ik als veldwerker in mijn rapporten gewezen op gevaarlijke uitlatingen die deze man deed in de moskee. Sinds kort heeft deze moskee een website die als progressief wordt beschouwd omwille van het hippe imago en het gebruik van de Nederlandse taal. In werkelijkheid gaat het gewoon om een salafistisch gedachtegoed.
Nadat ik mijn eigen dienst, wijkwerking onder schepen Pauwels, en de dienst integratie had ingelicht over de houding van deze man als nieuwe woordvoerder binnen de wijk, heb ik mijn bureau nooit meer teruggezien. Ik werd tijdens mijn verlof, mede door toedoen van de dienst integratie en omwille van mijn kritiek op deze woordvoerder, zo vernam ik van een lokale politicus, ontslagen via onmiddellijke ingebrekestelling. Ik zou bezig zijn met zaken die niet mochten.
Vanaf dat moment startte een complete heksenjacht, waarin zowel mijn geestelijke vermogens, mijn gezin en mijn kinderen werden beklad in een getuigenis van de personeelschef van de dienst, die als bekeerde moslim vond dat mijn waarheidsgetrouwe verslaggeving “Vlaams Belangteksten” waren die niet langer welkom waren binnen de dienst.
Dit is Kafka in Antwerpen. Ik werd ontslagen omdat ik mijn werk deed. Ondertussen worden de nieuwe woordvoerders waarvoor ik gewaarschuwd had vanwege hun radicale bindingen, binnengehaald bij de dienst integratie van de stad. Zo zetten de Antwerpse autoriteiten de deur open voor de infiltratie van de salafisten in 25 andere moskeeën – iets waarvoor ik al meer dan een jaar geleden waarschuwde op werkvergaderingen en in verslagen.
Het heeft me mijn werk, mijn inkomen en mijn reputatie gekost, een afschrikwekkend voorbeeld van de gevolgen die vrij observeren en denken meebrengt, maar vooral van een linkse dictatuur en van een ivoren toren politiek. Blijft alleen de vraag open wat nu de grootste bedreiging vormt: het radicale gedachtegoed wat in Antwerpen vaste voet aan de grond krijgt, of de Antwerpse politiek die duidelijk geen blijf weet met de grootstedelijke problematiek binnen het multiculturele samenleven – en die verzuimt het beleid op de realiteit af te stemmen, omdat dit niet past binnen de politiek correcte visie?
Ik durf als hypothese stellen dat de mate waarop de (religieuze) levensovertuiging beleefd wordt in sterke mate de kansen van het individu bepaalt binnen deze samenleving. Hoe meer ruimte de interpretatie van islam laat om zich aan te passen aan de omgeving, hoe groter de slaagkansen in de samenleving. Hoe minder dit het geval is, hoe kleiner de kansen en hoe groter de achterstand op sociaal en economisch gebied.
Dit betekent dat iemand niet kansarm is omdat hij tot een doelgroep behoort, maar wel kansarm wordt naarmate hij strikte regels hanteert die normen en waarden afwijkend invullen van de eisen die de samenleving stelt. Wie bovendien verwacht dat de samenleving zich dus dient aan te passen is radicaal in opvatting. Het is dus belangrijk te weten hoe radicaal woordvoerders zijn, maar evengoed de door politici en beleid gehanteerde diensten binnen de ambtenarij. De stedelijke dienstverlening en integratiesector spelen hierbij vaak sleutelrollen, van middenveld naar beleid.
In realiteit is dialoog met deze groep moslims bijzonder moeilijk. Dialoog houdt in dat er ruimte is voor uitwisseling van standpunten en plaats wordt geboden voor onderhandeling. Die houding ontbreekt bij de leden van de vereniging voor zuivere islam. Toch lijken deze groepen nu door de autoriteiten beschouwd te worden als de vertegenwoordigers van de moslimbevolking. Daarvan ben ik als veldwerker erg geschrokken. Want in tegenstelling tot de stedelijke diensten, schepenen en politici was ik er getuige van hoe dezelfde woordvoerders een vaak veel zwakkere achterban blijven overtuigen om het beleid toch maar vooral als de vijand te zien. In plaats van bruggen te bouwen bliezen zij ze op om er vervolgens de media erop te wijzen er een probleem bestond! Langs de ene kant wakkert men de onrust aan bij de achterban terwijl men zichzelf langs de andere kant bij het beleid presenteert als woordvoerder die hieraan concreet probeert te verhelpen.
Met die bevindingen van dubbele rollen en agenda’s sta je echter volslagen alleen. De wijk wemelt van de dienstverlening en medewerkers uit de welzijnssectoren, maar na vijf uur is iedereen vertrokken. Niemand trekt op regelmatige basis moskees in, praat met leden van allerlei verenigingen of kijkt eens om de deur van een schimmige vzw. Dat leven laat zich zien na de diensturen, als de wijk zich omdraait en als een champignon toont wat er onder de gladde hoed zit. Gestructureerd overleg tussen wie hier desondanks inzicht in ontwikkelt om bevindingen bij elkaar te leggen ontbreekt. Daardoor staat wie deze ontwikkelingen meldt zeer geïsoleerd. Inhoudelijk wordt er vaak niet ingegaan op ontwikkelingen zoals radicalisering, uit angst voor nog grotere polarisering tussen “links” en “rechts” of “politiek al of niet correct.”

Recent comments
1 hour 8 min ago
4 hours 11 min ago
14 hours 34 min ago
1 day 9 hours ago
2 days 9 hours ago
2 days 15 hours ago
2 days 18 hours ago
2 days 20 hours ago
2 days 21 hours ago
3 days 6 hours ago